Nederland is sinds de watersnoodramp van 1953 heel goed in het tegenhouden van zeewater. De enige plek waar we nog een grote doorgang naar de zee hebben, is de Nieuwe Waterweg. Hierdoor kunnen schepen de haven van Rotterdam bereiken. De afgelopen decennia is dit kanaal steeds dieper gemaakt om toegang te geven voor steeds grotere schepen. Hiermee komt echter ook een flinke 'zoutwatertong' het land in, die onze zoetwatervoorraad bedreigt.
Om dit tegen te gaan, moet er heel veel zoetwater door het kanaal gespoeld worden. Door de lage waterstand van de Rijn deze zomer komt dit neer op bijna de helft van al het water dat ons land binnenkomt. En zelfs daarmee dringt het zout op dit moment steeds dieper het land in. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat dit probleem door klimaatverandering nog toenemen: er is minder zoetwater beschikbaar om door te spoelen, terwijl de zeespiegel bij temperatuurverandering juist omhooggaat.
Het PBL stelt twee maatregelenpakketten voor om daar iets aan te doen: in het ene pakket wordt de Nieuwe Waterweg ondieper gemaakt, in het andere wordt deze uiteindelijk geheel afgedamd. Al eerder stelden ingenieurs die eerder aan de Oosterscheldekering werkten voor om sluizen te plaatsen in de Nieuwe Waterweg. Toch zou hiermee volgens Deltares nog teveel zout water binnen komen. Een alternatief zou zijn om een dam te plaatsen, waardoor zeevaart en binnenvaart van elkaar gescheiden worden en goederen over land vervoerd moeten worden. Dit zou de werking van de Rotterdamse haven compleet veranderen.
Een tussenoplossing kan zijn om de vaargeul in de Nieuwe Waterweg geleidelijk op natuurlijke wijze te laten dichtslibben. Emeritus hoogleraar Stedenbouwkunde Han Meyer schreef hiervoor zes jaar geleden een plan samen met twee natuurorganisaties. Hierdoor zou minder zoetwater nodig zijn om het zout tegen te houden en de ondiepere Nieuwe Waterweg zou werken als een natuurlijke spons die het achterland bij hoogwater beschermt.
Volgens hoogleraar Kleinhans is dit een idee om verder te onderzoeken. Volgens zijn modelstudie zou het ongeveer een eeuw duren om de Nieuwe Waterweg op deze manier te laten terugkeren van 16 naar 5 meter diepte. In die tijd zou de haven zich kunnen aanpassen.
Volgens Meyer zullen vooral olieraffinaderijen en chemische bedrijven in de Botlek de gevolgen van de verondieping van de Nieuwe Waterweg ondervinden. Maar omdat die toch al moeten verduurzamen ‘[zou het] slim zijn om die transitie te combineren met deze opgave.’ Volgens Kleinhans zal het Havenbedrijf de plannen niet leuk vinden, ‘maar zij zijn medeveroorzaker van de klimaatschade. [...] Het kan niet meer zo zijn dat je bedrijven gewoon door laat gaan, terwijl ze schade veroorzaken aan natuur en de watervoorziening.’
Bron: https://www.nu.nl/klimaat/6406306/we-hebben-een-watertekort-maar-bij-rotterdam-spoelt-het-massaal-de-zee-in.html
Zoetwater stroomt bij Rotterdam massaal in zee

Beeld: Niels Johannes




