De afgelopen veertig jaar zijn Nederlanders het over klimaat steeds meer eens geworden. Dat blijkt uit onderzoek van sociologen van de Radboud University, gepubliceerd in Nature. Het beeld van een samenleving die steeds verder versplintert klopt voor dit onderwerp niet.
De onderzoekers doken in de opvattingen van ruim 50.000 Nederlanders tussen 1986 en 2023. Ze legden hen stellingen voor als ‘ik maak me zorgen om het klimaat’ en ‘de overheid doet voldoende om klimaatverandering tegen te gaan’. Onderzoeker Anushka Peelen: ‘We onderzochten of meningen over klimaat verder uit elkaar zijn gaan liggen. Dus of er sprake was van toenemende polarisatie.’
Dat bleek dus niet zo. Tien jaar geleden maakte 23 procent van de Nederlanders zich weinig of geen zorgen om het klimaat. Precies datzelfde percentage maakte zich juist extreem veel zorgen. In 2023 is de sceptische groep geslonken naar 19 procent, terwijl de bezorgde groep groeide naar 35 procent. ‘Steeds meer mensen nemen klimaatverandering serieus en daarin hebben ze elkaar de afgelopen jaren meer gevonden’, zegt Peelen.
De kloof die veel mensen denken te zien, leeft dus vooral in de hoofden. Uit onderzoek van het SCP en een studie in opdracht van Sire blijkt dat 80 procent van de Nederlanders het gevoel heeft dat de polarisatie toeneemt. Maar het gevoel en de werkelijkheid lopen hier flink uiteen. ‘De meeste mensen zijn het qua klimaat meer met je eens dan je denkt’, aldus Peelen.
Ook de veronderstelde opleidingskloof valt mee. Laag- en hoogopgeleiden zouden in hun klimaatopvattingen steeds verder uit elkaar groeien, was de gedachte. De Radboud-onderzoekers vinden daar geen spoor van bewijs voor. ‘Als het gaat om het klimaat weten praktisch en theoretisch geschoolden elkaar wel degelijk te vinden.’
Juist nu het klimaatdebat vaak als loopgravenoorlog wordt gevoeld, is dat een verfrissend inzicht. Onder de oppervlakte van vermeende strijd ligt meer gemeenschappelijke grond dan velen vermoeden.
Bron:





