Wat we drooglegden, moet nu weer nat

Wat we drooglegden, moet nu weer nat

Lang voordat er koeien graasden of molens maalden, was Nederland één groot veenmoeras. In dat natte landschap groeide veenmos – een klein plantje dat uitzonderlijk veel water kan vasthouden. Het vormt een sponsachtig tapijt waarin talloze planten en dieren leven. Omdat veenmos het water verzuurt, verteren afgestorven planten nauwelijks. Hun resten stapelen zich laag voor laag op tot een dikke, bruine massa: veen. Elk nieuw laagje sluit de oudere af van zuurstof, waardoor de koolstof in het plantenmateriaal eeuwenlang bewaard blijft. Per hectare slaat veen meer CO₂ op dan welk ander ecosysteem ook – mits het nat blijft.

Maar Nederland droogde zijn veen. Eeuwenlang werd het waterpeil kunstmatig verlaagd voor landbouw, turfwinning en economische groei. Zodra zuurstof bij het veen komt, begint het te rotten en ontsnapt de opgeslagen koolstof als CO₂. Zo veranderde de bodem van een natuurlijke koolstofkluis in een bron van uitstoot.

De gevolgen zijn enorm. De Nederlandse veenweiden stoten jaarlijks ruim vijf megaton CO₂ uit – evenveel als Tata Steel in IJmuiden en méér dan de hele glastuinbouw. Op wereldschaal is slechts 0,3 procent van het landoppervlak ontwaterd veen, maar dat kleine deel veroorzaakt zo’n vijf procent van de totale CO₂-uitstoot. Niet voor niets kreeg het veen een plek in het Nederlandse Klimaatakkoord: de uitstoot uit veenweiden moet tegen 2030 met één megaton omlaag. Dit doel lijkt inmiddels onhaalbaar.

Om de uitstoot te stoppen, moeten we terug naar de natuurlijke staat van het veen. De oplossing is tegelijk eenvoudig en ingewikkeld: maak het veen weer nat. Hervernattingstopt de oxidatie en laat de bodem opnieuw functioneren als koolstofsink. Maar het is precisiewerk. Een te snelle peilverhoging kan een fosfaatbom in het oppervlaktewater laten afgaan, omdat de bodem nog vol zit met meststoffen. Te hoog water werkt ook averechts: dan komt methaan vrij uit rottend plantenmateriaal. Maar wellicht nog een grotere uitdaging: voor boeren betekent hervernatting een einde aan de intensieve melkveehouderij. In Den Haag wordt dan ook verschillend gedacht over hervernatting van veenweiden.

Maar niets doen is geen optie. De Raad voor de leefomgeving noemt doorgaan met ontwatering ‘economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord’. De vraag is dus niet óf, maar hoe we het veen kunnen herstellen. In grote lijnen zijn er drie richtingen denkbaar. Een lichte vorm van vernatting, met minder vee per hectare. Een tweede route is paludicultuur: natte teelten van bijvoorbeeld riet, veenmos of lisdodde, waarmee boeren kunnen blijven produceren zonder dat het veen verder wegrot. De derde optie is volledige terugkeer naar moeras – een proces van decennia, maar het enige dat de koolstofkluis echt herstelt.

Nederland werd groot door het water te bestrijden. De uitdaging van deze eeuw is te leren leven met wat we eeuwenlang hebben willen wegpompen.

Andere artikelen: