Twee hectare in Vlaanderen laat zien dat voedsel verbouwen en natuur herstellen geen tegenpolen hoeven te zijn. Op dit land ‘De Wildernis' groeien kastanje, hazelnoot, appel en peer tussen bloemrijk grasland en poelen door, in een systeem dat ‘agriwilding’ wordt genoemd: verwildering en voedselproductie op dezelfde grond.
Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel telden er 19 vlindersoorten, meer dan op een naburig natuurreservaat, en drie tot vier keer zoveel vlinders als op omliggende landbouwgrond. Ruim driekwart van alle vlindersoorten die in de regio voorkomen, dook hier op. Ook de nachtvlinders deden het er even goed als op grond die speciaal voor natuurbeheer is aangelegd. Bioloog en auteur Louis De Jaeger die het project deelde, schrijft: ‘we hoeven niet te kiezen tussen mensen voeden en de natuur redden’.
De aanpak is niet ingewikkeld, wel geduldig. In 2009 was het perceel nog gewone akker en schapenweide. Stap voor stap kwamen er fruit en notenbomen bij, struiken, hagen en zo’n negentig eetbare soorten groente en kruiden. Het gras wordt gemaaid, maar het maaisel wordt afgevoerd, zodat de bodem juist armer en bloemrijker wordt in plaats van rijker en eentoniger. Andere stukken kregen simpelweg de tijd om hun eigen weg te vinden. Geen streng hek tussen ‘hier boeren’ en ‘daar natuur’, maar een lap grond waarin beide door elkaar heen groeien, als een weefsel van twee draden die elkaar nodig hebben.
Dat herstel is hard nodig. Sinds 1990 is het aantal vlinders in Europa gehalveerd. In Vlaanderen is een kwart van de soorten al verdwenen en staat een volgend kwart op de rand van uitsterven. Nachtvlinders gaat het niet beter. Verdwijnen deze insecten, dan wankelt alles wat verderop in de voedselketen van hen afhankelijk is. Opvallend is niet alleen hoeveel vlinders er kwamen, maar welke. Op gewone landbouwgrond overheersen enkele algemene soorten die overal wel gedijen. Op De Wildernis verschoof dat beeld naar zeldzamere soorten die honkvast zijn aan houtige begroeiing, precies de soorten die het meest onder druk staan.
Het perceel bleef intussen gewoon voedsel opleveren. Fossiele, intensieve landbouw drukt insectenpopulaties al decennia weg. Een landschap dat ruimte teruggeeft aan wilde soorten, zonder de oogst op te geven, is een alternatief dat op meer plekken in Europa herhalIng verdient.
Bron: Louis De Jaeger op LinkedIn https://lnkd.in/ec7QNtfk





