Een klein deel van alle vliegtuigvluchten veroorzaakt het grootste deel van de klimaatopwarming door condensatiestrepen. Door bij de routeplanning beter rekening te houden met weersomstandigheden, kan een aanzienlijk deel van dit effect worden voorkomen.
Vliegtuigmotoren stoten naast CO2 ook waterdamp en roetdeeltjes uit. Op grote hoogte bevriest de waterdamp tot ijskristallen, die zichtbaar worden als condensatiestrepen. Deze kunnen uitgroeien tot sluierbewolking die de warmte-uitstraling van de aarde tegenhoudt. Overdag kan de bewolking ook zonnestraling blokkeren, maar per saldo hebben de strepen een opwarmend effect. Volgens het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart (EASA) is dit goed voor minstens de helft van het totale klimaateffect van de luchtvaart.
Opvallend is dat het effect sterk geconcentreerd is. Slechts 2 tot 3 procent van alle vluchten veroorzaakt volgens onderzoek ongeveer 80 procent van de opwarming door vliegtuigstrepen. Het effect is bovendien groter tijdens de nacht, wanneer de vliegtuigbewolking effectief warmtestraling van de aarde tegenhoudt en er geen inkomende zonnestraling wordt verzwakt. In Europa ontstaan condensatiestrepen het meest in de herfst en winter, wanneer de atmosfeer vaker koud genoeg is, maar ook in andere seizoenen is de blauwe lucht soms een wirwar van witte strepen (zie foto, Reinier van den Berg). Ook boven de Atlantische Oceaan zijn de omstandigheden relatief gunstig voor hun ontstaan.
De Europese Unie verplicht luchtvaartmaatschappijen inmiddels om de zogenoemde niet-CO2-effecten van vluchten te rapporteren. Daarbij wordt gekeken naar onder meer vlieghoogte, route, temperatuur, luchtvochtigheid, vliegtuigtype en brandstof. Brussel wil maatschappijen daarnaast financieel stimuleren om klimaatgevoelige gebieden te vermijden.
Routeaanpassing heeft effect
Een experiment van Air France laat zien dat routeaanpassingen effect kunnen hebben. Van 4.300 onderzochte vluchten boven de Atlantische Oceaan bleek 3 procent verantwoordelijk voor een kwart van het klimaateffect. Bij 130 omgeleide vluchten nam het effect van condensatiestrepen met 57 procent af. Inclusief CO2 daalde de totale klimaatschade met 36 procent.
Volgens milieuorganisatie Transport & Environment is daarmee voldoende bekend om maatregelen te nemen. De organisatie pleit ervoor dat luchtverkeersleidingen standaard rekening houden met condensatiestrepen. Daarbij moet worden voorkomen dat omwegen juist tot extra CO2-uitstoot leiden. Ook vliegen op een andere hoogte kan een oplossing zijn. Het vermijden van de helft van de condensatiestrepen zou volgens T&E al een aanzienlijke klimaatwinst opleveren.
De beste manier om klimaatschade door luchtvaart te verminderen blijft; gewoon veel minder of niet meer vliegen.





