Vijf tactieken waarmee Nederland klimaatrekening van Bakoe ontweek

Vijf tactieken waarmee Nederland klimaatrekening van Bakoe ontweek

Beeld: Follow The Money

De klimaattop in Bakoe werd vorig jaar door minister Sophie Hermans gepresenteerd als een doorbraak: donorlanden beloofden vanaf 2035 jaarlijks 300 miljard dollar aan klimaatfinanciering, ‘drie keer zoveel’ als nu. Uit interne documenten, opgevraagd door Follow The Money, blijkt echter dat Nederland bewust heeft gestuurd op een akkoord dat ambitieus oogt, maar in de praktijk nauwelijks nieuw geld oplevert.

Volgens berekeningen hebben lage-inkomenslanden jaarlijks 3.200 miljard dollar nodig voor de transitie naar een duurzame economie en om zichzelf te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Maximaal 70 procent kunnen zij zelf financieren; de resterende 1.300 miljard zou van rijke landen moeten komen. Geïndustrialiseerde landen zijn immers verantwoordelijk voor het overgrote deel van de mondiale CO₂-uitstoot. Uit de vrijgegeven stukken blijkt dat Nederland achter de schermen vijf tactieken gebruikte om de rekening zo laag mogelijk te houden.

De eerste tactiek was bewust laag inzetten. Al voor de top waarschuwden ambtenaren dat ontwikkelingslanden mikten op astronomische bedragen. Elk genoemd bedrag zou als nieuwe ondergrens gelden, redeneerde Den Haag. Daarom zette Nederland in op het oude doel van 100 miljard dollar, verhoogd met inflatiecorrectie – maar dan pas vanaf 2035.

Om dit lage bod te rechtvaardigen, volgde de tweede tactiek: het doel opsplitsen. Er kwam een ‘realistisch’ kerndoel van 300 miljard dollar, met daarnaast een vrijblijvende oproep tot 1.300 miljard. Zo konden donorlanden schermen met een indrukwekkend bedrag, zonder juridische verplichting.

De derde tactiek was een zo breed mogelijke definitie van klimaatfinanciering. Ontwikkelingslanden hebben vooral behoefte aan publieke giften, maar Nederland zorgde ervoor dat ook publieke leningen én private investeringen, waarvan onze schatkist bepaalde risico’s afdekt, mochten meetellen.

Als vierde tactiek drong Nederland erop aan dat ook de uitgaven van multilaterale ontwikkelingsbanken, zoals de African Development Bank, werden meegeteld. Opmerkelijk, omdat een groot deel van dat geld juist afkomstig is van de ontwikkelingslanden zelf. Toch kan het Westen dit opvoeren als eigen bijdrage.

De vijfde tactiek was het vermijden van bindende afspraken. Nederland wilde geen verdeelsleutel tussen landen en geen subdoelen voor mitigatie of schade en verlies. Dat zou volgens Den Haag de flexibiliteit beperken, maar voorkwam vooral extra verplichtingen.

Het resultaat: Bakoe levert op papier een doorbraak, maar in werkelijkheid schuift Nederland de rekening door. Met slimme definities en vrijblijvende beloftes hoeft er tot 2035 geen cent extra naar kwetsbare landen. Zo betalen juist de landen die het minst hebben bijgedragen aan de klimaatcrisis de hoogste prijs – en komt de echte rekening in de vorm van klimaatschade, risico’s voor veiligheid en handel, economische schade en migratiestromen uiteindelijk bij onszelf terug.

Beeld: Kiara Worth | UN Climate Change

Andere artikelen: