Verlies van natuurervaring versnelt ecologische achteruitgang

Verlies van natuurervaring versnelt ecologische achteruitgang

Beeld: The Guardian

De menselijke verbondenheid met de natuur is sinds 1800 met meer dan zestig procent afgenomen. Dat blijkt uit een studie van professor Miles Richardson, hoogleraar natuurverbondheid aan de Universiteit van Derby. Hij koppelt dit verlies aan drie samenhangende trends: verstedelijking, het verdwijnen van biodiversiteit in woonomgevingen en het wegvallen van de overdracht van natuurbeleving tussen generaties. Zonder ingrijpen dreigt een ‘uitsterven van ervaring’: een generatie die de natuur niet meer kent of voelt.

Volgens Richardson is een gebrek aan natuurverbondenheid ‘een belangrijke oorzaak van de ecologische crisis’. Wie de natuur niet ervaart, voelt zich minder verantwoordelijk voor haar behoud. Dat verzwakt het draagvlak voor milieuwetgeving, beschermingsmaatregelen en investeringen in biodiversiteit Hierdoor wordt de achteruitgang van ecosystemen niet alleen minder zichtbaar, maar ook minder urgent gevonden.

De bevindingen sluiten nauw aan bij het wereldbeeld van het Antropoceen, waarin de mens zichzelf boven de natuur plaatst in plaats van er onderdeel van te zijn. Wij zien natuur als hulpbron: iets dat we gebruiken, beheren of exploiteren, maar niet als een leefomgeving waar we zelf integraal deel van uitmaken, zoals bijvoorbeeld inheemse volken dat doen. Het verlies van natuurervaring vergroot deze afstand en doet het besef van onderlinge afhankelijkheid verdwijnen.

De neerwaartse spiraal kan volgens Richardson worden doorbroken als kinderen van jongs af aan intensief in contact blijven met de natuur. Een belangrijke factor daarbij is ouderlijke natuurverbondenheid: de mate waarin ouders zelf een sterke band met de natuur hebben en die via voorbeeldgedrag, gewoontes en gezamenlijke buitenervaringen doorgeven. Deze ouderlijke verbondenheid is de sterkste voorspeller voor de latere natuurrelatie van een kind. ‘Een pasgeboren kind is niet anders dan een kind in 1800’, stelt Richardson. ‘Kinderen zijn van nature gefascineerd door de wereld om hen heen. Het gaat erom die verbondenheid te behouden gedurende hun jeugd en schooltijd.’

Om dat te bereiken is structurele verandering nodig. De tijd om in te grijpen is echter beperkt: beleidsmaatregelen die zowel de inrichting van stedelijke gebieden als het onderwijs transformeren, moeten binnen 25 jaar worden ingevoerd om het tij te keren. Gebeurt dat niet, dan dreigt een kantelpunt waarbij zowel de ecologische achteruitgang als de menselijke vervreemding onomkeerbaar worden.

Inheemse volkeren laten zien dat diepe natuurverbondenheid mogelijk is. Ons vermogen om de ecologische crisis te keren hangt af van de vraag of wij die band opnieuw weten te herstellen.

Andere artikelen: