De Amsterdamse gemeenteraad heeft besloten om via de APV reclame voor vlees en voor producten/diensten waarbij fossiele brandstoffen komen kijken, te verbieden in de openbare ruimte. Het gaat om billboards, abri’s en andere publieke reclamedragers; ondernemers mogen bij hun eigen winkel nog wél adverteren, bijvoorbeeld in de etalage (Parool).
Het besluit ging erdoor ondanks stevige waarschuwingen van wethouder Melanie van der Horst (D66), die wees op juridische risico’s en uitvoeringsproblemen. Zij stelde dat de gemeente fossiele reclame ook via contractafspraken met exploitanten kan weren, zonder de APV aan te passen. De initiatiefnemers, raadsleden Jenneke van Pijpen (GroenLinks) en Anke Bakker (Partij voor de Dieren), vinden juist dat dit te vrijblijvend bleek: de raad sprak zich al in 2020 uit tegen fossiele reclame, maar in de praktijk veranderde er volgens hen weinig, waardoor een afdwingbare regel nodig werd.
In het debat kwamen ook praktische vragen op tafel: wat doe je met pizza’s met én zonder vlees, afbeeldingen van auto’s waarvan niet direct duidelijk is of ze uitstoten, of bestelbussen met productfoto’s? D66 waarschuwde bovendien dat er geen extra geld voor handhaving is gereserveerd en dat regels zonder handhaving het gezag kunnen ondermijnen. VVD en CDA sloten zich aan bij zorgen over betutteling en juridische kwetsbaarheid.
Tegelijkertijd wezen de indieners erop dat andere gemeenten al stappen hebben gezet: Den Haag verbood fossiele reclame eerder via de APV (en dat hield stand bij de rechter), en gemeenten als Bloemendaal en Haarlem hebben al een vleesreclameverbod.
Van der Horst stelde dat vleesreclame maar 0,1% van de buitenreclame zou zijn en fossiele reclame 4,3%, waardoor de 'winst' beperkt zou zijn. Toch stemde de raad ruim vóór: met steun van GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA, SP, Volt, Partij voor Morgen en De Vonk werd het voorstel aangenomen met 27 van de 45 zetels. Het verbod gaat volgens het artikel per 1 mei in.
Bron:





