Twee decennia na de première van An Inconvenient Truth is de boodschap van Al Gore nauwelijks verouderd, en dat is precies het probleem. De waarschuwingen uit 2006 klinken in 2026 nog steeds hetzelfde, terwijl de situatie ondertussen aantoonbaar is verslechterd. Dat schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan in zijn rubriek De broeikas (Nu).
Toen de documentaire in 2006 verscheen, liet Gore zien dat de aarde ongeveer 0,7 graden was opgewarmd ten opzichte van het pre-industriële niveau. Vandaag naderen we de 1,5 graad. Niet omdat de wetenschap ongelijk had, maar omdat de wereld er nauwelijks naar handelde. Sinds het uitkomen van de film is meer dan een derde van alle CO₂ die de mens ooit uitstootte alsnog de atmosfeer in gegaan. Voor dertigers geldt zelfs: de helft van de totale fossiele uitstoot vond tijdens hun leven plaats.
De film waarschuwde voor extremere stormen, smeltende ijskappen, biodiversiteitsverlies en zelfs het mogelijk stilvallen van de Golfstroom. Dat werd toen nog speculatief genoemd, maar geldt nu als reëel risico of zelfs een gepasseerd station. Wie de documentaire vandaag terugkijkt, ziet een ongemakkelijke tijdlijn van gemiste kansen.
Dat betekent niet dat er niets is gebeurd. Het Akkoord van Parijs kwam tot stand, zonne-energie werd massaal goedkoper en elektrisch rijden brak door. Maar de wereldwijde uitstoot bleef stijgen. De tanker waarvan in 2006 al duidelijk was dat hij moest keren, vaart nog altijd door, inmiddels gevaarlijk dicht bij de rand van de afgrond.
Een groot deel van die stilstand is terug te voeren op de Verenigde Staten. Het land leverde baanbrekende klimaatwetenschap, maar is ook verantwoordelijk voor bijna een kwart van alle historische CO₂-uitstoot. Pogingen tot structureel beleid strandden, zelfs onder klimaatvriendelijke presidenten. Ook onder Joe Biden groeide de olie- en gaswinning tot recordhoogte. Europa draait ondertussen nog steeds deels op Amerikaans gas. Gore’s ‘ongemakkelijke waarheid’ is onveranderd van toepassing.
Bron: NU





