Dinsdag presenteerde landbouwminister Van Essen de nieuwe uitgewerkte stikstofwet. Woensdag volgde een impactstudie van de Universiteit van Wageningen en verscheen een rapport van de Nationale Ombudsman over het vertrouwen tussen boeren en overheid.
Provincies krijgen tot september 2028 de tijd om plannen te maken voor zones rond natuurgebieden, met strengere regels voor stikstofuitstoot. Maatwerk kan betekenen dat de zones van 500 meter — rond vijftien gebieden 1000 meter — kleiner worden, maar het beleid strenger. Zonder zo'n plan gelden de strenge landelijke regels. Voor boeren in de zones is 9 miljard euro beschikbaar. Vastgelegd zijn de doelen: 42 tot 46 procent minder uitstoot in de landbouw en 50 procent in mobiliteit en industrie in 2035, met in 2028 een eerste meetmoment. De rekenkundige ondergrens gaat omhoog, waardoor bouwprojecten makkelijker vergunning krijgen — mits de doelen juridisch houdbaar vaststaan. Lukt het niet, dan kan het kabinet een noodrem gebruiken: alle veehouderijbedrijven moeten dan landelijk inkrimpen.
Wat de wet betekent voor boeren, berekenden Wageningse onderzoekers. Minder dan 5 procent van de melkveebedrijven voldoet nu al aan de toekomstige eisen voor ammoniak en ruimte per koe. De plannen leiden tot 10 tot 30 procent extra stoppers; samen met de 10 procent die er zonder plannen al zou stoppen, telt Nederland in 2035 20 tot 40 procent minder veehouderijbedrijven. 'Of je door kan gaan, hangt af van hoeveel vet je op de botten hebt', zegt hoofdonderzoeker Petra Berkhout. Het gemiddelde melkveebedrijf groeide van 51 koeien in 2000 naar 114 nu. De voedselzekerheid komt niet in gevaar: van vrijwel alle dierlijke producten produceren we veel meer dan we zelf eten.
Of dat lukt, hangt af van vertrouwen — en juist dat ontbreekt, stelde Nationale ombudsman Reinier van Zutphen na gesprekken met 32 boeren. 'Boeren hebben geleden onder het handelen van de overheid en de onzekerheid over de toekomst.' Die onzekerheid drong door tot in de gezinnen. Aan de andere kant lobbyt de sector actief bij de politiek en draagt daarmee soms bij aan die veranderlijkheid. Boeren verdienen erkenning voor wat er mis ging.
Hoe dan ook is het tijd dat Nederland naar een goed evenwicht beweegt tussen voedselzekerheid en andere belangen zoals natuurherstel en woningbouw. Landbouw beslaat in totaal 54 procent van de Nederlandse bodem, en daarvan is verreweg het grootste deel voor de veeteelt: zo'n 35 procent van heel Nederland bestaat uit grasland en voedergewassen waar de koeien, varkens en kippen van leven. De gewasteelt voor menselijke consumptie en sierteelt moet het doen met ongeveer 19 procent. De veestapel telde in 2024 ruim 3,8 miljoen runderen, 10,5 miljoen varkens en 89 miljoen kippen. Dat zijn heel veel (dode) dieren.
Bronnen: https://nos.nl/artikel/2638061-tot-30-procent-minder-veehouderijen-verwacht-als-gevolg-van-stikstofplannen en https://nos.nl/artikel/2637945-overheid-was-onbetrouwbaar-voor-boeren-zegt-nationale-ombudsman en https://nos.nl/artikel/2637877-kabinet-presenteert-stikstofwet-meer-ruimte-voor-maatwerk en https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2025/14/feiten-en-cijfers-over-de-landbouw





