Shell trekt zich terug uit SBTi om verbod op nieuwe olievelden

Shell trekt zich terug uit SBTi om verbod op nieuwe olievelden

Beeld: Unsplash

Een poging om wereldwijd tot een gestandaardiseerde strategie te komen om olie- en gasbedrijven klimaatneutraal te maken in 2050 is gestrand. Shell, samen met het Noorse Aker BP en het Canadese Enbridge, heeft zich eind vorig jaar teruggetrokken uit de expertgroep van het Science Based Targets initiative (SBTi). Dat hebben de ondernemingen bevestigd na berichtgeving van de Financial Times.

Aanleiding is een conceptstandaard waarin staat dat bedrijven die zich committeren aan het net-zero pad geen nieuwe olie- of gasvelden meer mogen ontwikkelen. Deze eis zou gaan gelden zodra een oliemaatschappij een klimaatplan indient bij het SBTi, of uiterlijk per eind 2027. Ook moet de olie- en gasproductie ‘significant’ omlaag. Voor Shell en andere bedrijven ging dit te ver.

Het SBTi is een non-profitorganisatie die wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelen ontwikkelt en valideert. De organisatie helpt bedrijven en financiële instellingen wereldwijd om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen, door duidelijke richtlijnen, normen en hulpmiddelen aan te reiken. Zo kunnen organisaties reductiedoelen vaststellen die in lijn zijn met wat nodig is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius - en uiterlijk in 2050 netto nul te bereiken. Voor fossiele bedrijven blijkt dat een politieke en strategische mijnenveld.

Shell liet weten dat het ontwerp ‘de industriewaarden op geen enkele wezenlijke manier weerspiegelde’ en ‘geen realistisch pad bood richting netto nul’. De multinational benadrukt dat ze wel degelijk de ambitie handhaaft om in 2050 netto nul uitstoot te bereiken. Aker BP en Enbridge spraken van een beperkt vermogen om invloed uit te oefenen, maar ontkennen dat hun vertrek een gebrek aan klimaatinzet zou tonen.

De SBTi heeft het werk aan de standaard voor olie en gas inmiddels ‘gepauzeerd’, officieel vanwege capaciteitsproblemen. Maar volgens betrokkenen is dat een politieke keuze. Het uitstellen of afzwakken van de eisen geeft fossiele bedrijven ruimte om nieuwe olie- en gasprojecten te blijven ontwikkelen, zonder dat daar bindende beperkingen of afbouwverplichtingen tegenover staan. Daarmee biedt de SBTi deze bedrijven in feite bescherming tegen strengere publieke en financiële verantwoording.

Ook op een ander front zwakt SBTi haar koers af. Nieuwe richtlijnen voor financiële instellingen - bedoeld om leningen en verzekeringen aan nieuwe olie- en gasprojecten uit te faseren - zijn uitgesteld tot 2030.

Hoewel SBTi benadrukt dat het proces stringent is en gebaseerd op brede consultatie, roept het besluit tot vertraging en versoepeling vragen op over de onafhankelijkheid van het instituut. Shells vertrek lijkt een signaal dat bedrijven hun grenzen trekken — maar het is de SBTi die nu haar geloofwaardigheid op het spel zet.

Andere artikelen: