Shell zet een definitieve streep door de geplande biobrandstoffabriek in Pernis. De installatie zou een van de grootste van Europa worden en jaarlijks zo’n 820.000 ton duurzame brandstof produceren uit onder meer slachtafval en frituurvet. Daarmee wilde Shell naar eigen zeggen de CO₂-uitstoot met 2,8 megaton verminderen – vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van een miljoen Europese auto’s. Door het besluit wordt de volledige investering afgeboekt; Shell schreef eerder al circa 800 miljoen dollar af op het project.
De bouw lag al sinds vorig jaar stil door snel oplopende kosten en een tegenvallende markt voor duurzame vliegtuigbrandstoffen. De opening van andere biobrandstofinstallaties in Europa vergroot de druk op prijzen, waardoor het project voor Shell financieel onhaalbaar werd.
Het besluit past in de bredere koerswijziging van het concern. Vorig jaar zwakte het concern zijn klimaatdoelen af. De beoogde reductie van de eigen CO₂-uitstoot in 2030 ging van 20 procent naar een bandbreedte van 15 tot 20 procent. Het eerdere doel van 45 procent reductie in 2035 werd volledig geschrapt. Tegelijkertijd werden investeringen in hernieuwbare energie teruggeschaald en kwam de nadruk weer veel meer op fossiele brandstoffen te liggen.
Deze herpositionering kwam ook tot uiting in het recente vertrek van Shell uit het Science Based Targets initiative (SBTi), een adviesplatform dat bedrijven helpt hun klimaatdoelen in lijn te brengen met het Parijsakkoord. Voor Shell en andere olieconcerns gingen de aangescherpte voorwaarden, waaronder een verbod op de ontwikkeling en exploratie van nieuwe olie- en gasvelden, te ver.
Toch blijft de multinational vasthouden aan het streven naar netto-nul uitstoot in 2050. De ontwikkelingen reopen dan ook vragen op over de haalbaarheid daarvan en over de concrete invulling van Shells duurzaamheidspad. Meer transparantie over hoe het concern wil voldoen aan het Parijsakkoord is dringend gewenst.
De koerswijziging bij Shell is direct het gevolg van druk vanuit financieel gedreven aandeelhouders. Een meerderheid verlangt nog altijd kortetermijnwaardegroei, waardoor het management zich genoodzaakt voelt strategische keuzes te maken die het aandeelhoudersrendement op korte termijn veiligstellen. Investeringen in jonge technologie, zoals biobrandstof, leveren niet onmiddellijk hoge winsten op, maar zijn wél noodzakelijk om relevant te blijven in een toekomstige energiemarkt.
Het is uiteindelijk aan de aandeelhouders om de koers van Shell daadwerkelijk te verduurzamen. En dit is ook in het belang van dezelfde aandeelhouders. Door vast te houden aan de focus op fossiele brandstoffen lopen financieelgedreven aandeelhouders immers ook een groter risico op aanzienlijke financiële schade, vanwege overheidsingrijpen, gestrande activa, juridische aansprakelijkheden en disruptieve innovaties die voortkomen uit het negeren van de energietransitie.
Shell stopt definitief met bouw biobrandstoffabriek in Pernis





