De concentratie van vijftien zeer schadelijke industriële stoffen in Nederlands oppervlaktewater is in twaalf jaar nauwelijks afgenomen. Deze stoffen, zoals kankerverwekkende PAK’s, PFOS en zware metalen, moeten volgens de Europese Kaderrichtlijn Water voor 2027 onder de norm gebracht worden. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt echter dat bij negen stoffen vooral stilstand is, bij drie zelfs achteruitgang. Op bijna alle 61 meetpunten in rijkswateren wordt minstens één norm overschreden. Slechts één stof laat op de meeste plekken verbetering zien. Hierdoor voldoet de chemische waterkwaliteit op bijna geen enkele locatie aan de Europese eisen.
De vervuiling kost Nederland naar schatting 7 miljard euro per jaar. De jaarlijkse kosten van 7 miljard euro, een ondergrens volgens de Algemene Rekenkamer, ontstaan door hogere waterzuiveringskosten, economische schade aan landbouw en industrie, gezondheidseffecten en verstoringen zoals het stilleggen van de waterinname uit vervuilde rivieren zoals de Maas. Het bedreigt niet alleen de gezondheid van mensen, dieren en planten, maar zet ook de beschikbaarheid van drinkwater onder druk. Zo moest de waterinname uit de Maas al meerdere keren stilgelegd worden. Daarnaast loopt Nederland het risico op boetes als de doelen in 2027 niet gehaald worden.
Een extra probleem is dat de overheid onvoldoende zicht heeft op welke bedrijven wat lozen, omdat er geen centraal datasysteem is voor vergunningen en feitelijke lozingen. Zonder betere monitoring en maatregelen zal de waterkwaliteit niet op tijd voldoen aan de Europese eisen.
Bron: rapport Rekenkamer





