Rotterdam viert zijn haven, maar de uitstoot viert mee

Rotterdam viert zijn haven, maar de uitstoot viert mee

Beeld: Julia Taubitz on Unsplash

Dit weekend trekt Rotterdam honderdduizenden bezoekers voor de jaarlijkse Wereldhavendagen. Terwijl velen zich vergapen aan imposante schepen, een blik werpen op de Maasvlakte en kennismaken met de industrie die Rotterdam tot de grootste haven van Europa maakt, klonk er ook kritiek. Fridays For Future Nederland en Advocates for the Future grepen het evenement aan om aandacht te vragen voor de enorme CO₂-uitstoot van de haven. Zij deelden honderden ijsjes uit, voorzien van feiten over de vervuilende rol van Europa’s grootste industriecomplex.

Volgens CE Delft bedraagt de jaarlijkse CO₂-uitstoot die samenhangt met de havenactiviteiten 604 megaton. Dat is ruim drieënhalf keer de nationale uitstoot van Nederland. Daarmee is de haven de grootste vervuiler van het land. Ter vergelijking: de uitstoot van de haven is meer dan 60 keer zo hoog als die van Schiphol en 70 keer die van Tata Steel - bedrijven die regelmatig publiekelijk ter verantwoording worden geroepen.

Toch ontbreekt een concreet plan om deze uitstoot substantieel terug te dringen. Het Havenbedrijf wijst op voortgang in de directe, zogenoemde Scope 1-emissies. Die daalden de afgelopen jaren door het terugschalen van energieopwekking. Maar zo’n 96 procent van de totale uitstoot is indirect. Deze ontstaat door verbranding van fossiele brandstoffen die via de haven worden ingevoerd en elders worden gebruikt. De huidige klimaatplannen van de haven hebben daarop nauwelijks effect. Advocates for the Future pleit daarom voor een helder uitfaseringsplan voor fossiele activiteiten en is hiervoor een petitie gestart.

Het havenbedrijf benadrukt intussen zijn rol als facilitator. Het stelt dat een compleet nieuw mondiaal systeem voor energie en grondstoffen nodig is, en dat fossiele energie in de overgangsperiode onvermijdelijk blijft om de samenleving draaiende te houden. Bovendien zijn het de bedrijven in de haven die hun fabrieken en processen moeten verduurzamen; het Havenbedrijf kan hooguit stimuleren en investeren in infrastructuur.

Deze redenering gaat echter voorbij aan de eigen verantwoordelijkheid. In de rechtszaak van Milieudefensie tegen Shell oordeelde het gerechtshof immers dat bedrijven óók verplicht zijn hun ketenemissies te reduceren. De kernvraag is dus niet van wie de uitstoot formeel is, maar wat een organisatie concreet kan doen om reducties af te dwingen.

Als grootste uitstoter van Nederland en Europa’s belangrijkste toegangspoort voor fossiele brandstoffen kan Rotterdam zich geen vrijblijvendheid permitteren. Zonder een concreet en afdwingbaar plan blijft de belofte van verduurzaming niet meer dan een façade – en groeit de kloof tussen mooie woorden en daadwerkelijke klimaatactie.

Bron: Advocates for the Future, CE Delft, Havenbedrijf Rotterdam

Andere artikelen: