PFAS-vervuiling blijft onzichtbaar door tegenwerking bedrijven

PFAS-vervuiling blijft onzichtbaar door tegenwerking bedrijven

Tientallen Nederlandse bedrijven weigeren mee te werken aan onderzoeken naar PFAS-vervuiling op hun terreinen. Dat blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van NOS en regionale omroepen. Provincies lopen tegen een juridische muur op: toezichthouders kunnen pas afdwingen dat er bodemmonsters worden genomen als een bedrijf wist – of had moeten weten – dat het vervuiling veroorzaakte.

Volgens oud-hoogleraar milieurecht Gerrit van der Veen zit daarin precies de crux. Veel vervuiling is namelijk in het verleden ontstaan, toen er nog weinig bekend was over PFAS en de schadelijke effecten ervan. Bovendien is de huidige eigenaar van het terrein vaak niet de veroorzaker. In zulke gevallen kunnen provincies en gemeenten geen monstername afdwingen.

PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen die extreem schadelijk zijn en niet afbreken in de natuur. De stoffen komen in het milieu terecht via lozingen of uitstoot door fabrieken, maar ook via producten als blusschuim en smeermiddelen. Via grond- en oppervlaktewater verspreiden ze zich naar planten, dieren en uiteindelijk de voedselketen.

Al jaren is bekend dat Nederlanders via drinkwater en voedselbronnen te veel PFAS binnenkrijgen. Uit recent onderzoek van het RIVM blijkt dat alle mensen in Nederland te veel PFAS in hun bloed hebben. Dat kan leiden tot aantasting van het immuunsysteem en verhoogde kans op kanker.

Het Rijk heeft geld beschikbaar gesteld voor provincies en gemeenten om een landelijk overzicht van PFAS-vervuiling op te stellen. In eerste instantie wordt historisch onderzoek gedaan naar PFAS-gerelateerde activiteiten per locatie. Als er een verhoogd risico is voor gezondheid of milieu, worden bedrijven gevraagd vrijwillig in te stemmen met bodemonderzoek op hun terrein.

Volgens de NOS ondervinden onder meer de provincies Zeeland, Overijssel en Gelderland in de praktijk forse tegenwerking. Meerdere bedrijven blokkeren daar onderzoek. De reden: als sprake is van ernstige vervuiling, kan dat leiden tot verplichte sanering van de grond. En dat betekent, aldus PFAS-expert Chiel Jonker (Universiteit Utrecht), “een hoop gedoe” en hoge kosten voor bedrijven.

Toch is het volgens experts essentieel dat de omvang en herkomst van de vervuiling in kaart worden gebracht, zodat gemeenten én burgers effectieve maatregelen kunnen nemen. Volgens Van der Veen is een wetswijziging noodzakelijk als overheden standaard bodemmonsters willen kunnen afnemen, ook wanneer de veroorzaker van de vervuiling onbekend of van het terrein verdwenen is.

Andere artikelen: