Pesticidenparadijs, industrie schrijft de regels

Pesticidenparadijs, industrie schrijft de regels

Onderzoeksjournalist Dirk de Bekker schetst in Het Pesticidenparadijs een onthutsend beeld van de invloed van pesticidenproducenten op wetgeving en wetenschap. Volgens hem is het Nederlandse toelatingssysteem voor bestrijdingsmiddelen niet werkelijk onafhankelijk. Bedrijven schrijven mee aan de regels die hen moeten reguleren en hebben via wetenschappelijke werkgroepen en rekenmodellen een structurele vinger in de pap. Dat ondermijnt niet alleen de bescherming van milieu en gezondheid, maar ook het vertrouwen in de democratische rechtsstaat. (Bron: interview in Trouw)

De kern van zijn kritiek richt zich op het gebruik van rekenmodellen bij de toelating van pesticiden. Verspreiding en risico’s worden vooral theoretisch doorgerekend, terwijl metingen in grond- en drinkwater minder zwaar meewegen. Bij de ontwikkeling van deze modellen waren vertegenwoordigers van de industrie nauw betrokken. Wetenschappers, toelatingsinstanties en bedrijven werken in gezamenlijke werkgroepen samen aan procedures en modelontwikkeling. Volgens De Bekker leidt die nauwe samenwerking tot beïnvloeding, ook al zien betrokken wetenschappers zichzelf als onafhankelijk.

Een sprekend voorbeeld is het middel bentazon. Al in 1980 waarschuwden wetenschappers dat het grondwater ernstig kon vervuilen. Toch bleef het middel toegelaten. Drinkwaterbedrijven zagen zich genoodzaakt steeds zwaardere filters te plaatsen, terwijl de officiële modellen aangaven dat de risico’s binnen de normen vielen. Toen rond 2000 werd onderzocht of metingen een grotere rol moesten krijgen in de toelating, werd dat onderzoek gefinancierd door de producent van het middel. De conclusie dat metingen niet geschikt zouden zijn voor toelatingsbesluiten werd vervolgens jarenlang gebruikt om praktijkdata buiten beschouwing te laten.

De Bekker benadrukt dat hij geen pleidooi voert tegen pesticiden op zichzelf. Landbouw en voedselproductie zijn sterk afhankelijk geworden van deze middelen. Maar volgens hem is sprake van een systeem dat steeds opnieuw middelen toelaat die later schadelijker blijken dan gedacht. Na intrekking volgt een nieuw middel, en de cyclus herhaalt zich.

Volgens De Bekker behandelt de overheid het pesticidendossier te vaak als een communicatieprobleem, terwijl de kern ligt in belangenverstrengeling en een te grote afhankelijkheid van modellen en industriegegevens. Hij pleit voor een fundamentele herziening van het systeem, waarin onafhankelijke wetenschap centraal staat en metingen in de praktijk minstens zo zwaar wegen als theoretische berekeningen.

De vraag is wie uiteindelijk de regels bepaalt: de overheid of de sector die gereguleerd moet worden. En als de nadruk op winst maken ligt, dan kun je de sector zelf maar beter met gezond wantrouwen tegemoet treden. Dat blijkt maar weer.

Bron: Trouw

Andere artikelen: