Een gijzelaar die verliefd wordt op zijn gijzelnemer, dat is het Stockholm-syndroom. Nederland doet erger. Op 14 augustus deelde een boerenvoorman bij het provinciehuis Jodensterren uit om ingetrokken vergunningen te vergelijken met de holocaust. Premier Jetten noemde het ‘walgelijk’. Toch drong landbouwminister Van Essen er bij de provincie op aan om eerst alle alternatieven te onderzoeken voordat de vergunningen definitief worden ingetrokken. De minister buigt mee in plaats van de voorman te corrigeren.
Nederland gedraagt zich als gijzelaar van een handjevol veeboeren, uit een ingebeelde afhankelijkheid. Van al het Nederlandse vlees gaat zestig procent naar het buitenland, van de zuivel vijfenzestig procent. Nederland is de grootste vleesexporteur van de Europese Unie. Wij hebben die veeboer niet nodig om te eten, wij kiezen uit vrije wil partij voor een sector die vooral voor het buitenland produceert. Een gegijzelde in Stockholm had tenminste een reden om zich aan zijn ontvoerder te hechten: zijn leven hing ervan af. Wij hebben die reden niet. Wij verzinnen het erbij. Dat maakt dit erger dan het Stockholm-syndroom.
De cijfers zijn onverbiddelijk: nog geen twee procent van de beroepsbevolking werkt in de landbouw. De intensieve veehouderij draagt minder dan 1 procent bij aan de economie, maar veroorzaakt ongeveer de helft van de stikstofuitstoot. Zeven Natura 2000-gebieden krijgen meer stikstof dan ze aankunnen. Jaarlijks worden ruim 400 miljoen dieren gehouden in stallen zonder daglicht. Alleen al in 2023 stierven 46 miljoen ervan voor ze een slachthuis bereikten. Een moordend bedrijfsmodel.
Is er onderzoek gedaan naar die vreemde welwillendheid? Ja. Hoogleraar Esther Peeren volgt de boerenprotesten sinds 2019 en schreef er met promovendus Anke Bosma over. Wat haar opviel: het publiek reageerde vanaf het begin begripvol, zelfs toen de protesten fel werden, terwijl actievoerders voor mensenrechten of klimaat die welwillendheid zelden krijgen. De verklaring ligt in hoe wij naar het platteland kijken: authentiek en veilig, tegenover de drukke stad, terwijl het boerenbedrijf allang grootschalig en industrieel is. Peeren wijst ook op de lobby erachter: agroconcerns financieren tv-programma’s die boeren neerzetten als slachtoffer van ‘Den Haag’. Alleen al in Brussel besteedt de landbouwlobby volgens onderzoek van de Financial Times jaarlijks tussen de 9 en 12 miljoen euro aan lobbyactiviteiten.
De rekening voor die verliefdheid komt bij onszelf terrecht. Wij betalen de stikstofimpasse met huizen die niet gebouwd worden, natuur die verschraalt, een politiek die stilstaat. De boer wordt weggezet als het enige slachtoffer, maar vergeten de slachtoffers op de wachtlijst voor een huis, dieren en planten in een verschraald natuurgebied en het dier in de dodelijke megastal. Dat kwartje mag nu eindelijk vallen.
Opinie: Stockholm-syndroom in de polder, maar dan erger

Beeld: Bart Meesters




