Willem Ferwerda, de oprichter vanCommonland, een internationale organisatie die mensen en organisaties ondersteunt bij het herstel van landschappen, schrijft in de Volkskrant over de noodzaak om in Nederland een andere vorm van landbouw te gaan bedrijven.
Deze vorm van landbouw moet ervoor zorgen dat de beroemde Nederlandse landbouwinnovatie wordt ingezet om de sterk verarmde landschappen in Nederland en daarbuiten te herstellen en de biodiversiteit te behouden. Dit is hard nodig omdat de van oudsher extreem vruchtbare bodem in Nederland, vol met (micro)organismen, wormen en geleedpotigen, langzamerhand zijn veerkracht heeft verloren. Daarmee verdwijnt op termijn ook het vermogen om een samenleving te onderhouden.
Hoewel technologie, samenwerking en de oprichting van waterschappen ervoor hebben gezorgd dat Nederland goed om kan gaan met water, en ruilverkaveling tot efficiëntie en grote opbrengsten hebben geleid, zijn de ecologische kosten enorm. Er is een stikstofcrisis, het grond- en oppervlaktewater zijn verontreinigd en de bodem is verzuurd. In Europa bungelt Nederland onderaan de lijst wat betreft de waterkwaliteit terwijl we voorop lopen als het gaat om bedreigde soorten. Ook in de World Soil Atlas (2024) komt Nederland er niet goed uit.
Naast de slechte situatie in eigen land, veroorzaken we ook een grote voetafdruk in andere landen door de import van meststoffen en veevoer. Hierdoor worden ecosystemen in bijvoorbeeld de Braziliaanse Cerrado aangetast, waar de productie van soja voor Nederlands diervoeder bijdraagt aan grootschalige ontbossing.
Toch zijn er velen in Nederland en daarbuiten die het graag anders zien. Ondernemers, boeren, landeigenaren, natuurorganisaties, wetenschappers en burgers proberen samen het tij te keren waar ze wonen en werken. Een belangrijke pijler hierbij is de ontwikkeling van een langetermijnsamenwerking rond een toekomstvisie voor hun landschap. Hieraan wordt onder andere door de Universiteit Wageningen gewerkt.
Nederland blijft echter miljarden aan landbouwsubsidies geven, terwijl slechts een klein deel van de klimaatfinanciering naar duurzame voedselsystemen gaat. Investeringen zoals de 129 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds voor het ReGeNL-programma zijn nodig om duurzame landbouw mogelijk te maken.
Een gebiedsgerichte aanpak, ondersteund door verschillende partijen, biedt ecologische en sociale voordelen en draagt bij aan klimaatadaptatie. Lokale initiatieven, zoals in het veenweidegebied rond Amsterdam, tonen aan dat Nederland werkt aan integrale oplossingen. Volgens Ferwerda kan Nederland nu internationaal leiderschap tonen door samen te werken met de natuur, waarbij klimaatadaptatie, biodiversiteit en productiviteit samengaan.
Bron:





