In de Efteling smaakt de mayonaise naar mayonaise. De poffertjes smaken naar poffertjes. De nuggets smaken naar nuggets. Alleen de kip is weg. De melk is weg. Het ei is weg. Met verdwijnen hiervan, zo lijkt het, zet een deel van Nederland de hakken in zand. (Bron: De Telegraaf)
Maar wat het park doet is heel slim. De Efteling vervangt een product alleen als het alternatief minstens even lekker is. Eerst intern testen, dan bij bezoekers. Toen de groene vinkjes naast vegetarische gerechten van de menukaart verdwenen, steeg de verkoop meteen met achttien procent. Alleen één groen vinkje weghalen. Dat is alles. Mensen bestelden het gewoon. Bij restaurant Loonsche Land werd de plantaardige burger de standaard, en binnen een week koos zeventig procent van de gasten hem. Woordvoerder Steven van Gils zei het kortgeleden nuchter in het Algemeen Dagblad: ‘Alleen als de smaak gelijk of zelfs beter is, stappen we over.’ Zo simpel is het.
Toch raast de verontwaardiging online als een storm door het sprookjesbos. Bij De Telegraaf regent het hartenkreten. Betuttelend. Politieke agenda. Linkse hobby. En steevast klinkt het argument, als een boze kleuter: ik mag toch zelf weten wat ik eet?
Nou. Nee, eigenlijk niet. Niet onbeperkt.
Vrijheid is geen blanco cheque. We aanvaarden al eeuwen dat individuele vrijheid ophoudt waar die van een ander begint. Je mag niet roken in een restaurant. Je mag niet je afval dumpen in een rivier. En je mag de planeet niet structureel overvragen omdat een kipnugget nu eenmaal lekker is. De overmatige consumptie van vlees en zuivel weegt te zwaar op het klimaat, op landgebruik, op water, op de lucht die de kinderen van vandaag morgen moeten inademen. Dat is geen activisme. Dat zijn gewoon cijfers.
Keuzevrijheid klinkt sympathiek, bijna grondwettelijk. Maar het dient als dekmantel voor planetair grensoverschrijdend gedrag. Een warme deken die men om de schouders slaat terwijl de rekening stilletjes wordt doorgeschoven. Naar kinderen. Naar mensen in kwetsbare landen. Naar iedereen die dit park over twintig jaar nog wil bezoeken. En dieren dan? Die hebben geen keuzevrijheid.
De Efteling begrijpt dat. Het park bouwt aan een toekomst die bewoonbaar blijft, en het doet dat zo onopvallend dat niemand het verschil proeft. Dat verdient geen boosheid. Dat verdient een applaus. En een plantaardig poffertje.
Bron: De Telegraaf





