Voor elke euro die naar natuurbehoud gaat, geven we er dertig uit aan vernieling. Het nieuwe VN-milieurapport legt een gapende financiële kloof bloot tussen wat we investeren in bescherming en wat we uitgeven aan vernietiging.
Zowel de publieke als de private sector dragen hieraan bij, maar de private sector springt eruit. Bedrijven financieren ruim 200 keer meer natuurschade dan natuurherstel. Ook overheden scoren slecht: hun investeringen leiden tot twaalf keer meer vernieling dan herstel.
Vooral investeringen in energie, nutsbedrijven, basismaterialen en andere industrieën die ecosystemen aantasten zijn funest voor de natuur.
In totaal stroomde ongeveer US$ 7,3 biljoen naar natuur-negatieve financiering. Het grootste deel (US$ 4,9 biljoen) kwam van private investeerders. Overheden droegen US$ 2,4 biljoen bij via schadelijke subsidies aan onder meer fossiele brandstoffen, grootschalige landbouw en de water- en transportsector.
Daartegenover stond in 2023 slechts US$ 220 miljard aan financiering voor natuur-gebaseerde oplossingen zoals herbebossing, herstel van wetlands en ecologisch bouwen. Bijna 90 procent daarvan kwam uit publieke middelen; de private sector droeg slechts US$ 23,4 miljard bij. Die investeringen waren bovendien vooral gericht op compensatie van natuurverlies, niet op structureel herstel.
Volgens Ties Gijzel, onderzoeksjournalist bij Follow the Money en auteur van Wie betaalt mag vervuilen, is dat een doodlopende weg. ‘De bewering dat we het begrotingsgat van de natuur kunnen dichten door compensatiemarkten op te schalen en nieuwe financiële producten te ontwikkelen is niet alleen onrealistisch,’ stelt hij, ‘maar ook minder logisch dan de echte oplossing: minder financiering van activiteiten die de natuur beschadigen.’
Omdat deze kloof onhoudbaar is voor economische stabiliteit en menselijke welvaart, is bijsturen geen luxe maar noodzaak. Het UNEP-rapport wijst de hefboom aan: kapitaal weg uit natuur-schadelijke activiteiten en gericht naar herstel. De Nature Transition X-Curve biedt daarvoor een concreet pad: schadelijke subsidies afbouwen en natuur-positieve investeringen opschalen, in alle sectoren.
Bronnen:





