Meer dan 100 juristen keren fossiele industrie de rug toe

Meer dan 100 juristen keren fossiele industrie de rug toe

Beeld: Pavel Danilyuk

De fossiele industrie verliest terrein in de rechtszaal. Al ruim honderd juristen hebben de toezegging van Fossil Free Lawyers ondertekend om niet langer voor fossiele belangen te werken. Volgens initiatiefnemer Rosanne Rootert is de morele grens allang overschreden: ‘De fossiele industrie zet mensenrechten onder druk en dat gebeurt helaas met hulp van advocaten en andere juristen.’ Voor juristen die zich juist voor klimaat en mensenrechten inzetten, is het ‘dweilen met de kraan open zolang de juridische sector zich als geheel blijft inzetten voor fossiele belangen’.

De ondertekenaars kunnen kiezen uit drie beloftes: geen nieuwe fossiele projecten ondersteunen, alle fossiele projecten vermijden – óf helemaal geen fossiele klanten meer aannemen. De meeste juristen kiezen voor die laatste, meest vergaande variant. Dat, volgens de Grondwet, eenieder recht heeft op rechtsbijstand betekent immers niet dat advocaten geen morele keuzes kunnen maken in het soort zaken dat zij willen behandelen. Volgens de ondertekenaars hoort morele verantwoordelijkheid ook thuis in de rechtszaal, zeker als het om het klimaat gaat.

De inzet is hoog. We leven in een tijd van een drievoudige planetaire crisis: gevaarlijke klimaatverandering, vervuiling en biodiversiteitsverlies. Fossiele brandstoffen vormen van winning tot uitstoot de kern van deze crisis. Luchtvervuiling leidt jaarlijks tot de dood van meer dan acht miljoen mensen. En daar komen de slachtoffers van mijnbouw, olielekken en klimaatrampen nog bij.

De lasten van die crisis komen bovendien onevenredig terecht bij gemarginaliseerde groepen. ‘Echte rechtvaardigheid is nog ver te zoeken’, zegt mensenrechtenjurist Nani Jansen Reventlow. ‘Dat zouden veel meer juristen zich persoonlijk én professioneel moeten aantrekken. Dat betekent niet alleen dat wij als juristen de hardst getroffen groepen moeten vertegenwoordigen, maar ook dat we een rode lijn trekken in het behartigen van de belangen van die partijen die de klimaatcrisis veroorzaken en daarvan profiteren.’

Strafrechtadvocaat Bénédicte Ficq gaat nog een stap verder: ‘Het geven van juridisch slimme adviezen aan grote uitstoters is wat mij betreft misdadig.’ Het is een misdaad tegen de menselijkheid om bij te dragen aan het vernietigen van een dragelijk menselijk bestaan op onze planeet.

Ook onder rechtswetenschappers groeit de steun. Meerdere hoogleraren verklaren geen opdrachten meer te zullen aannemen van fossiele bedrijven. Dat juist juristen, de hoeders van de rechtsstaat, zich nu afkeren van de fossiele industrie, markeert meer dan een beroepsethisch debat. Het is een teken dat de klimaatcrisis zich verplaatst van de straat naar de instituties – en dat ook binnen het recht de vraag rijst aan welke kant van de geschiedenis men wil staan.

Andere artikelen: