100 klokslagen voor dieren die sinds 2000 zijn uitgestorven

100 klokslagen voor dieren die sinds 2000 zijn uitgestorven

Beeld: Johanneke van Marle

Honderd keer klonk zondagavond dezelfde klok in de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem. De klanken vulden de binnenstad en stierven weg tussen de gevels. Elke slag was voor een dier dat niet meer bestaat.

De bijeenkomst was een ode aan uitgestorven diersoorten, geleid door wijkpredikant Willemijn van Dijk van Heij. Beate Loonstra begeleidde de dienst op harp. Zij liet zich ter plekke inspireren door de briefjes die bezoekers in de wensboom in de kapel hadden gehangen. Op die blaadjes stonden hoop en wanhoop soms vlak naast elkaar. Haar prachtige improvisaties stroomden door de kathedraal als water door een droge bedding.

Daarna werden honderd diersoorten genoemd. Dieren die sinds 2000 zijn uitgestorven waaronder; de kegelvormige boomslak, kortsnuitroverkikker, treub's glaskikker en de cozumelpotlijster. De meeste bezoekers hoorden die namen voor het eerst. Na elke naam trok een klokkenluider midden in de kathedraal aan het klokkentouw, zonder haast. Wie een diersoort bij naam noemt, geeft rekenschap aan zijn bestaan.

De kerk is eigenlijk een goede plek om dierendag te vieren. De dag heeft immers een religieuze oorsprong. Werelddierendag valt sinds 1931 op 4 oktober, de gedenkdag van de heilige Franciscus van Assisi. Zijn sterfdag is 800 jaar gelden.

Volgens de overlevering noemde hij dieren zijn broeders en zusters. Voor hem waren alle schepselen waardevol, hoe klein ook. In zijn Zonnelied wonen zon, wind, water en dier in hetzelfde huis. Dieren zijn geen gasten op onze planeet, maar medebewoners met een eigen kamer. Verdwijnt een soort, dan valt er een deur in het slot die niemand meer opent.

Fred Hopman droeg een eigen gedicht voor. Hij schreef over de klompvoetkikker en de gouden pad, die hij nooit kende, en over de tjilpende mussen en kuifleeuweriken uit zijn jeugd. Hij hoopt dat het kwade tij keert en dat we onze soortenrijkdom leren waarderen. Zijn slotregels blijven hangen:

'Toch blijft er iets wat ik wel wens. En dat is dat er een dier zal treuren bij het uitsterven van de mens.'

Deze rouwdienst voor wezens die we meestal niet kennen, gaat inderdaad ook over ons. We hebben meegeschreven aan hun uitsterven. Wie in de kerk zat, kon zichzelf daarom moeilijk ontlopen. Was dit onze schuld, ons verdriet of boosheid over ons eigen onvermogen? Of toch troost en schoonheid, omdat we nu even niet voorbij lopen? Na honderd namen zweeg de klok. De lijst van uitsterven zwijgt nog niet.

Andere artikelen: