Jan Rotmans, klimaatexpert, hoogleraar transitiekunde, en sinds kort ook ondernemer reflecteert in zijn nieuwe boek Kanteltijd op zijn betrokkenheid bij de grote uitdagingen van deze tijd: ‘Op een gegeven moment dacht ik: je kunt niet steeds boos blijven. Zo wil ik niet oud worden. Dus ik probeer milder te zijn. Een beetje zelfspot helpt ook: ik moet af en toe wel lachen om dat mannetje dat zich altijd zo druk maakt.’
Zijn activistische houding viel hem soms zwaar: ‘Het sloopt je op een gegeven moment als je steeds tegen het systeem aanschopt. Nu pleit hij voor ‘spiritueel activisme’, niet zweverig, maar werkend aan zowel externe verandering als innerlijke transformatie: ‘Mijn idee is dat je die twee kunt combineren.’
In zijn boekbeschrijft hij de zorgwekkende ontwikkelingen in de bovenstroom (geopolitiek, economie, democratie en ecologie) en de positieve trends in de onderstroom, zoals de energierevolutie en de vergroening van steden, zoals Parijs en Rotterdam. Ook zijn er mooie burgerinitiatieven die aan het bestaande energiesysteem knagen en de landbouw van onderop hervormen. Als de onderstroom de nieuwe bovenstroom wordt, voorziet Rotmans een ‘totaal ander land [...] dan we gewend zijn’. Met nieuwe vormen van regeneratieve landbouw, een gedecentraliseerd energiesysteem, houtbouw op water en meer op het individu toegespitste vormen van zorg en onderwijs.
Voor het zover is, moet er nog veel gebeuren op het gebied van energie, voeding en circulair gebruik van grondstoffen. Soms gaat dit trendmatig en soms schoksgewijs: ‘Wat er nu gebeurt met de oorlog in het Midden-Oosten is een sterk voorbeeld van een externe schok die een gigantische impuls geeft aan de energietransitie.’
Rotmans benadrukt dat Nederland en Europa nog veel moeten doen voor een duurzame en circulaire industrie. Er ontbreekt politiek visie en urgentiegevoel, en er zijn grootschalige, langetermijninvesteringen nodig. Hij pleit voor ‘groot denken, klein doen’: begin met mensen die willen en kunnen veranderen. Zelf heeft hij daarom eVoltic opgericht om netcongestie aan te pakken.
Netcongestie zie hij als een groot probleem, veroorzaakt door jarenlange traagheid en tegenwerking. Een parlementaire enquête is hiervoor volgens hem op zijn plaats. Toch ziet hij hoop: er is nu consensus over de noodzaak van versnelling, mede door geopolitieke ontwikkelingen. Verandering kan snel gaan als het moet, zoals bij de afbouw van fossiele brandstoffen.
Hij waarschuwt voor geo-engineering als ‘technofix’ en pleit voor samenwerking mét de natuur: ‘Alles wat we niet mét de natuur doen, gaat mislukken.’
Bron: Change.inc





