Afgelopen zondag viel er voor het eerst in weken weer eens wat regen in Nederland. Toch is de droogte hiermee nog lang niet opgelost. Bovendien komen de zon en warmte al meteen weer terug. (De Volkskrant)
De droogte wordt door het KNMI gemeten aan de hand van een ‘neerslagtekort’. Dit is het verschil in millimeters tussen hoeveel water er verdampt en hoeveel er in neerslag valt. Doorgaans ontstaat er een neerslagtekort in de zomer, wat in de winter goed wordt gemaakt door een neerslagoverschot.
Dit jaar meet het KNMI een uitzonderlijk hoog neerslagtekort. 2026 valt met een tekort van 236 millimeter in de 5 procent droogste jaren in ruim een eeuw. Door de buitjes van de afgelopen dagen loopt het tekort even niet verder op, maar de droogte zal de komende twee weken waarschijnlijk nog verder toenemen, zo is de voorspelling. Daarmee komt 2026 mogelijk op een neerslagtekort vergelijkbaar met de extreem droge zomer van 1976.
De lage waterstanden in de Rijn komen niet alleen door de droogte in ons land maar ook door het gebrek aan regen Zuid-Duitsland en Zwitserland. Bovendien is daar afgelopen winter weinig sneeuw gevallen waardoor er weinig smeltwater door de rivier stroomt. Hoewel het anderhalve week geleden flink onweerde rond de Neckar en de Main, twee rivieren die uitkomen op de Rijn, is de waterstand slechts tijdelijk even toegenomen. Op dit moment neemt de hoeveelheid water in de Rijn al weer af.
Economisch gezien hebben vooral de binnenlandse scheepvaart en landbouw veel last van de lage waterstanden. Sluizen zijn dicht en schepen moeten andere routes varen. Boeren hebben te maken met een beregeningsstop of een verbod om grondwater te onttrekken waardoor ze niet mogen besproeien. Vooral snijmaïs, een gewas dat gebruikt wordt als veevoer, is erg gevoelig voor droogte.
De waterschappen zetten deze maatregelen in om water te besparen. Om de juiste afwegingen te maken, gebruiken ze een zogenaamde ‘verdringingsreeks’. Dit is een prioriteitenlijst waarin veiligheid en het voorkomen van natuurschade bovenaan staan. Daarna volgen energie en drinkwater, en onderaan staan landbouw, industrie en scheepvaart.
Ook vissen hebben het moeilijk. Veel vispassages in het waterschap Aa en Maas zijn gesloten, waardoor vissen niet verder kunnen zwemmen. Het waterschap zet de vissen wel over naar een beek met genoeg water, maar in sommige gevallen is dit te laat. In Limburg zijn al vissen gestorven door droogvallende beken en hoge watertemperaturen.
Bron: De Volkskrant





