Haar levensmissie is rivierwater weer drinkbaar maken

Haar levensmissie is rivierwater weer drinkbaar maken

Beeld: Instagram https://www.instagram.com/drinkablerivers/

Ze wil dat rivieren weer zo schoon worden dat je er zonder zorgen uit kunt drinken. Om dat ideaal dichterbij te brengen, trekt Li An Phoa al jaren wandelend langs rivieroevers en nodigt iedereen uit om mee te doen – van boeren en burgers tot wethouders en burgemeesters. Onderweg ontstaan gesprekken die mensen met elkaar én met de rivier verbinden.

‘Voordat ik begin, ga ik een beetje op de trommel slaan – ik onderzoek wie ik langs een rivier kan benaderen en maak het bekend in mijn netwerk en bij lokale media. Inmiddels wandelen er tussen 30 en 120 mensen mee.’ (Bron: Vk)

Al sinds haar jeugd in Capelle aan den IJssel neemt Phoa het op tegen wat ze niet juist vindt. Op school kwam ze in actie tegen pesten, op latere leeftijd tegen de vanzelfsprekendheid waarmee vervuild rivierwater wordt geaccepteerd. In Canada merkte ze dat de Rupert, waar ze eerder uit had gedronken, niet langer drinkbaar was. Ze fluisterde de rivier toe dat ze haar leven zou wijden aan drinkbare rivieren.

Sinds 2015 werkt ze aan radicale verbetering van de waterkwaliteit. Met Drinkable Rivers organiseert ze lange wandelingen waaraan iedereen kan meedoen: burgers, boeren, bestuurders en bedrijven. Dat raakt een snaar – een flink aantal bestuurders heeft inmiddels een ‘declaratie’ ondertekend waarin staat dat de rivier een ‘gedeelde levenslijn’ is en waarin het streven naar drinkbaarheid ‘voor toekomstige generaties’ wordt omarmd. Zo is een internationaal Maasburgemeestersnetwerk van 35 gemeenten ontstaan.

De 44-jarige bedrijfskundige, systeemecoloog en filosoof weet dat het doel ver weg ligt, maar gelooft in kleine stapjes. Zelf wandelde ze ongeveer 21 duizend kilometer; zo’n 20 duizend mensen hebben inmiddels meegelopen, sinds de eerste tocht in 2018 langs de Maas vanaf het Franse brongebied tot Rotterdam. Onderweg ontstaan verrassende verbindingen: burgemeesters die elkaar vinden in een gezamenlijke verklaring, boeren die in gesprek gaan met papierfabrieken om lozingen terug te dringen, of jongeren die opeens zien dat ze onderdeel zijn van wat Phoa een ‘rivierfamilie’ noemt.

‘Nee, ik zie mezelf niet als een activist. Die term suggereert dat wat ik doe een vorm van extreem gedrag is, terwijl ik in actie komen wil normaliseren. (...) We zouden juist onverschilligheid, het je ogen sluiten voor wat niet goed gaat, als extreem gedrag moeten zien. Dus anderen mogen me een activist noemen, maar ik plak dat etiket niet op mezelf.’

Weerstanden ziet ze vooral in aarzeling om iets concreets te doen. Mensen vragen zich af: wie ben ik om verschil te maken? Bestuurders: welk mandaat heb ik? ‘Dan antwoord ik: niemand heeft een mandaat, maar er gebeurt niets als die afwachtende houding wint.’

‘Moedeloos word ik pas wanneer de onverschilligheid het wint. Maar ik zie het tegendeel, ik merk dat mensen zich laten inspireren.’

Bron: Volkskrant

Andere artikelen: