EU zet stap richting verhandelbare natuurkredieten: kansrijk maar niet zonder risico's

EU zet stap richting verhandelbare natuurkredieten: kansrijk maar niet zonder risico's

Beeld: Europese Commissie

De Europese Commissie wil meer privaat kapitaal naar natuurprojecten laten stromen. Begin deze maand presenteerde zij haar routekaart voor natuurkredieten (nature credits), waarmee boeren, vissers en boseigenaren vergoed kunnen worden voor natuurherstellende inspanningen.

Volgens de Commissie is jaarlijks €65 miljard nodig om de biodiversiteitsdoelen te halen. Hoewel de EU tegen 2027 tien procent van haar begroting aan natuur wil besteden, blijft er een investeringskloof van €37 miljard per jaar. Met natuurkredieten hoopt de Commissie private financiering te mobiliseren zonder de toch al krappe overheidsbegrotingen verder te belasten.

Projecten die aantoonbaar bijdragen aan natuurherstel – zoals moerasherstel of het terugbrengen van inheemse soorten – ontvangen, na onafhankelijke beoordeling, een krediet dat verhandelbaar is. De opbrengst van de verkoop aan bedrijven of anderen die willen bijdragen aan natuurherstel gaat naar de uitvoerders van het project. Het systeem is vergelijkbaar met de markt voor CO₂-kredieten, waarbij projecten die uitstoot reduceren hun emissiereducties verkopen aan bedrijven die hun klimaatimpact willen compenseren.

Toch is er kritiek. Die vrijwillige CO₂-markt ligt de laatste tijd onder vuur, mede door twijfel over de daadwerkelijke impact van projecten en greenwashing. Milieuorganisaties vrezen dat eenzelfde risico dreigt bij natuurkredieten: dat bedrijven met relatief kleine bijdragen een groen imago kopen, zonder hun schadelijke activiteiten daadwerkelijk terug te dringen. Worden natuurkredieten ingezet als vervanging van structurele maatregelen, dan ondermijnen ze het langetermijndoel van biodiversiteitsherstel.

De Europese Commissie erkent deze risico’s en belooft een robuust raamwerk voor transparantie, certificering en controle – maar de werking daarvan moet zich in de praktijk nog bewijzen.

Daarnaast vrezen critici dat overheden zich zullen terugtrekken uit hun eigen financieringsverantwoordelijkheid nu er een marktinstrument beschikbaar is. Publieke investeringen mogen echter niet worden verdrongen door private bijdragen; het moet gaan om een aanvulling, geen vervanging.

Tot slot is er de vraag hoe natuurkredieten zich verhouden tot bestaande koolstofkredieten. Veel projecten, zoals bosaanplant en veenherstel, leveren zowel klimaat- als biodiversiteitswinst op. Dubbeltelling van resultaten moet worden voorkomen.

Natuurkredieten zijn geen wondermiddel, maar kunnen – mits zorgvuldig ontworpen – een waardevolle aanvulling zijn op publiek natuurbeleid. Ze bieden een kans om ecologische prestaties financieel te waarderen, maar mogen geen excuus worden om publieke verantwoordelijkheid terug te schalen.

Andere artikelen: