De Europese Commissie heeft haar langverwachte plan gepresenteerd voor het tussentijdse klimaatdoel in 2040: een netto-reductie van 90% in de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990. Daarmee sluit het doel aan op de eerder vastgelegde mijlpalen van de Europese Green Deal: 55% reductie in 2030 en volledige klimaatneutraliteit in 2050.
Dat het 90% moest worden, stond al langer vast. De manier waarop dat doel mag worden behaald, is echter aanzienlijk versoepeld. Lidstaten krijgen de ruimte om tegenvallende prestaties in de ene sector weg te strepen tegen meevallers in andere. Ook wordt het uit de lucht halen van CO₂ een verhandelbaar product, waarmee bedrijven inkomsten kunnen genereren. De meest opvallende aanpassing is dat maximaal 3% van de emissiereductie buiten Europa mag worden gerealiseerd via zogeheten vrijwillige koolstofkredieten, die vanaf 2036 ingezet mogen worden.
Juist die koolstofkredieten zijn omstreden. Van fictieve besparingen tot dubbeltellingen: er zijn talloze voorbeelden van projecten die op papier tot CO₂-reductie leidden, maar in werkelijkheid weinig tot niets bijdroegen. Denk aan herbebossingsinitiatieven of de introductie van efficiënte kooktoestellen, waarbij de beloofde klimaatwinst niet werd waargemaakt. Soms werden kredieten verkocht voor projecten die sowieso al zouden zijn uitgevoerd, of viel de impact fors lager uit dan voorspeld. In andere gevallen bleek de reductie tijdelijk. Hoewel EU-commissaris Hoekstra belooft alleen koolstofkredieten van 'hoge kwaliteit’ toe te laten, moet nog worden uitgewerkt wat dat precies betekent.
Daarnaast klinken er fundamentele zorgen. De Europese Wetenschappelijke Adviesraad voor Klimaatverandering waarschuwt dat internationale compensatie de druk wegneemt om te verduurzamen en de uitstoot structureel terug te dringen. Milieuorganisaties wijzen erop dat uitstel binnen Europa leidt tot hogere maatschappelijke en economische kosten in de toekomst.
Tegelijkertijd is de politieke realiteit onverbiddelijk. Geopolitieke spanningen, oplopende defensie-uitgaven en zorgen over Europese concurrentiekracht eisen aandacht én budget. In combinatie met de huidige politieke wind, raakt het klimaatdossier daarbij steeds vaker onderop de stapel. In dat licht is het op zichzelf al een prestatie dat de EU vasthoudt aan de doelstelling van 90% minder uitstoot in 2040.
Toch werpen de gekozen achterdeurtjes een schaduw over de Europese klimaatambitie. De politieke wil om structureel en ingrijpend te veranderen, vooral als die veranderingen economische of sociale offers vragen, lijkt te ontbreken. Het beeld ontstaat dat de EU haar klimaatdoelen liever technisch en boekhoudkundig benadert dan fundamenteel. Dat ondermijnt niet alleen het vertrouwen in de haalbaarheid van netto nul in 2050, maar ook de geloofwaardigheid van Europa als mondiale voortrekker in klimaatbeleid.
EU introduceert omstreden sjoemelroute naar klimaatdoel 2040





