Ons afvalwater is een onbenutte goudmijn: het bevat genoeg chemische energie om honderd kerncentrales van stroom te voorzien en tegelijkertijd waardevolle voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor, die nu vaak verloren gaan. Wereldwijd produceren we jaarlijks zo’n 359 miljard kubieke meter afvalwater, afkomstig van huishoudens, industrie en voedselverwerking. Ongeveer de helft hiervan wordt ongezuiverd geloosd, terwijl het vol zit met organisch materiaal en nutriënten die essentieel zijn voor kunstmestproductie. Volgens hoofdonderzoeker Uwe Schröder van de University of Greifswald bevat afvalwater wereldwijd meer dan 800.000 gigawattuur aan energie en kan het 11 procent van de globale ammoniakbehoefte en 7 procent van de fosfaatvraag dekken. Dit biedt kansen voor zowel energiewinning als duurzame landbouw.
De sleutel ligt bij microbiële elektrochemische technologieën (MET’s), die gebruikmaken van elektrogene bacteriën. Deze microben staan elektronen af aan elektroden in een brandstofcel, waardoor elektriciteit ontstaat. In laboratoria halen MET’s rendementen tot 35 procent, aanzienlijk hoger dan de 28 procent bij traditionele anaerobe vergisting. Daarnaast verwijderen de bacteriën stikstof- en fosforverbindingen uit het water, wat watervervuiling en schadelijke algenbloei voorkomt. Het gezuiverde water kan vervolgens worden hergebruikt voor irrigatie, industriële toepassingen of, na extra zuivering, zelfs als drinkwater.
De technologie is al succesvol getest, zoals tijdens het Glastonbury Festival in 2015, waar een systeem op urinestroom de verlichting in toiletgebouwen van energie voorzag. Ook in ontwikkelingslanden als Oeganda, Kenia en Zuid-Afrika lopen veldproeven. Volgens Deepak Pant van VITO is de techniek haalbaar, maar zijn opschaling, strenge regelgeving en investeringen nog obstakels. Voor de 3,5 miljard mensen zonder toegang tot goede sanitaire voorzieningen kan deze innovatie een gamechanger zijn. Door afvalwater om te zetten in energie en meststoffen draagt MET bij aan schoon water, lagere energiekosten en een circulaire economie, terwijl het helpt internationale duurzaamheidsdoelen te behalen.
Zo wordt op de wc zitten weer een nuttige bezigheid voor de samenleving.
Bron: Scientas





