Hoe groot is de ecologische impact van AI? Wie het vraagt, krijgt grofweg twee antwoorden. Het valt wel mee, zegt de één. Het is gigantisch, zegt de ander. Beide antwoorden kloppen, en juist daarom is er inzicht nodig. Klimaatjournalist Casey Crownhart van MIT Technology Review wijst die aan: kijk minder naar de druppel en meer naar de kraan.
Grote techbedrijven die AI in hun producten verwerken, zouden hun totale energie- en watergebruik openbaar moeten maken, schrijft Crownhart. Ook zouden ze moeten uitleggen hoe ze die cijfers berekenen. Wetgevers zouden dat moeten verplichten, en burgers kunnen erom vragen. 'Net als bij klimaatverandering moeten we dit bekijken als een systeem, niet als een reeks individuele keuzes', stelt ze.
Zelf kun je ook iets doen, al is het effect bescheiden. Video's laten maken kost relatief veel energie. Dat geldt ook voor zware redeneermodellen die lange vragen verwerken en lange antwoorden geven. Een chatbot vragen om je dag te plannen of een lange e-mail samen te vatten, heeft weinig impact. Minder vliegen en minder vlees eten scheelt in je persoonlijke uitstoot veel meer.
Dat verklaart het eerste antwoord dat het wel meevalt. Eén vraag aan een chatbot kost volgens recente schattingen ongeveer 0,3 wattuur. Eén liter water koken in de waterkoker kost evenveel als zo'n driehonderd van zulke vragen. Wie alleen naar die ene druppel kijkt, ziet vrijwel niets.
Toch staat de kraan steeds verder open. De AI-industrie groeit snel en bouwt energieslurpende infrastructuur op een haast onvoorstelbare schaal. Datacenters kunnen in 2030 tot 945 terawattuur per jaar verbruiken, ongeveer evenveel als heel Japan. Meta bouwt in de Amerikaanse staat Louisiana een datacenter van vijf gigawatt. Dat is vergelijkbaar met de stroomvraag van de hele staat Maine op een zomerse piekdag. En dat verbruik komt er bovenop terwijl wij allang onze planetaire grenzen al ruim overschreden hebben. Dus daar komt het tweede antwoord vandaan: het verbruik is enorm!
Crownhart ziet een parallel met de klimaatvoetafdruk. Oliebedrijf BP maakte dat begrip begin deze eeuw populair in een reclamecampagne. Zo verschoof de zorg om het milieu van de fossiele industrie naar de gewone burger. Bij AI ziet ze iets vergelijkbaars. Techbedrijven geven vooral cijfers per vraag, en die versterken het beeld dat de gebruiker verantwoordelijk is.
Zolang je niet eindeloos AI-rommel produceert, hoef je je volgens Crownhart weinig zorgen te maken over je eigen voetafdruk. Wel moeten we allemaal in de gaten houden wat deze industrie betekent voor ons stroomnet, onze samenleving en onze planeet. De druppel is klein, maar de kraan bepaalt hoe hoog het water komt.
Bron: https://www.technologyreview.com/2025/11/06/1127579/ai-footprint/





