Milieuvervuiling kost Nederland jaarlijks minstens 46 miljard euro. We zouden welvarender zijn zonder, want we zouden leven in betere gezondheid en de natuur zou er beter voor staan. Zo berekent het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
De ambitie van PBL-onderzoeker Sander de Bruyn: die milieurekening moet terechtkomen bij de vervuiler. In het nieuwste schaderapport beschrijft het PBL gezondheidsschade, verlies van natuur en schade door uitstoot van broeikasgassen.
De Bruyn wil die schade zichtbaar maken in euro’s, zodat bedrijven en sectoren betalen voor wat ze veroorzaken. Dat klinkt ambitieus, maar is technisch en politiek haalbaar. Belastingen op uitstoot bestaan al, net als CO2-heffingen en accijnzen. In deze berekening worden ook maatschappelijke kosten meegenomen.
Veel milieuschade blijft nu verborgen. Een deel van de rekening van vlees, benzine en goedkope spullen komt terecht bij de samenleving, bijvoorbeeld via zorgkosten door luchtvervuiling of schade aan natuur en klimaat. Volgens het PBL veroorzaken vooral wegverkeer, landbouw en industrie veel schade.
De onderzoekers benadrukken dat de berekening waarschijnlijk conservatief is. Veel vormen van vervuiling zijn nog niet meegenomen, omdat de schade lastig precies te meten is. Stoffen zoals PFAS en glyfosaat ontbreken grotendeels. Ook schade aan biodiversiteit is moeilijk volledig in euro’s uit te drukken.Toch is het bedrag nu al groter dan bijvoorbeeld de jaarlijkse kosten van vergrijzing, terwijl dat onderwerp veel hoger op de politieke agenda staat.
Voorstanders van monetaire milieuschade zeggen dat het systeem hierdoor eerlijker wordt: wie vervuilt, betaalt. Bovendien helpt een prijs op vervuiling om bedrijven sneller te verduurzamen.
Tegenstanders vinden juist dat niet alles in geld uit te drukken is. Op deze manier wordt natuur onderdeel van hetzelfde economische systeem dat de problemen heeft veroorzaakt. Critici vrezen dat rijke bedrijven vervuiling simpelweg blijven ‘afkopen’, zolang ze kunnen betalen.
Milieuvervuiling is vergeleken met andere grote maatschappelijke vraagstukken relatief eenvoudig aan te pakken. De technieken bestaan al, de uitstoot is meetbaar en overheden hebben instrumenten zoals belastingen en subsidies. Het gaat vooral om politieke keuzes. Juist daarom zien onderzoekers van het PBL kansen. Anders dan bij ingewikkelde culturele veranderingen of internationale conflicten, ligt hier een vrij directe knop om aan te draaien: maak vervuiling duurder en duurzame keuzes goedkoper. De Bruyn: ‘Als de industrie daadwerkelijk zou moeten betalen voor hun milieuvervuiling, dan zouden ze geen emissies meer uitstoten.’
Luister de podcast en lees het rapport via: https://www.pbl.nl/actueel/podcast/pbl-podcast-monetaire-milieuschadeo
De onzichtbare milieurekening: 2500 euro per Nederlander per jaar





