Op 28 mei dient een spoedrechtzaak waarin milieuorganisatie Comité Schone Lucht eist dat de overheidssubsidie (SDE++) aan RWE voor de verbranding van houtpellets uit Maleisië onmiddellijk wordt stopgezet.
De subsidie, met een omvang van €2,5 miljard, mag alleen toegekend worden als de houtpellets aantoonbaar voldoen aan Europese duurzaamheidseisen. Volgens Comité Schone Lucht is dit niet het geval. Uit onderzoek blijkt dat de pellets gecertificeerd zijn via het omstreden Green Gold Label-systeem. Dit certificeringsschema wordt sinds 1 januari 2026 niet langer door de Europese Unie erkend.
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) concludeerde in een onderzoek dat het duurzaamheidssysteem rond Maleisische houtpellets niet waterdicht is. Volgens Comité Schone Lucht worden natuurlijke en biodiverse bossen in Maleisië systematisch kaalgekapt en als ‘resthout’ gecertificeerd. De duurzaamheidsgaranties komen alleen uit zelfverklaringen van de producenten. Volgens de NEa wordt er op basis van deze verklaringen geen verder onderzoek naar de herkomst van het hout gedaan. Comité Schone Lucht stelt dat ontbossing en biodiversiteitsverlies door de subsidie indirect worden gefinancierd met Nederlands belastinggeld.
Naast de eis om de subsidie stop te zetten, draait de rechtszaak ook om deprincipiële juridische vraag of milieuorganisaties overheidssubsidies juridisch mogen aanvechten als milieu- en klimaatbelangen in het geding zijn. Volgens de Staat is het Comité Schone Lucht géén belanghebbende bij de subsidies aan RWE en mag het geen handhaving eisen. Het Comité Schone Lucht stelt dat het Europese milieurecht en het Verdrag van Aarhus burgers en milieuorganisaties juist brede toegang tot de rechter geven in milieuzaken. De zaak is dus volgens juristen heel interessant omdat deze gevolgen kan hebben voor hoe toekomstige klimaat- en milieuprocedures rond subsidies en staatssteun behandeld worden.
Bron: Comité Schone Lucht





