De recordwarme zomer van dit jaar laat diepe sporen na in de gletsjers van de Alpen. Onderzoekers becijferden, dat het ijsvolume met 5 procent is afgenomen, en dat de gletsjers in de afgelopen 5 jaar zelfs 20 procent van hun massa hebben verloren. Veel gletsjers halen het einde van de eeuw niet. Sterker nog, er zijn er heel wat op sterven na dood of geheel verdwenen.
De impact van deze alarmerende cijfers reikt veel verder dan de Alpen. Een belangrijk deel van het zoete water dat we in Europa gebruiken, ontspringt in de Alpen. Het wordt door grote rivieren als de Rijn en de Donau afgevoerd. Beide rivieren stonden deze zomer record laag. Voor de Rijn geldt dat nu nog steeds.
Ons grootste beschikbare zoetwater reservoir is het IJsselmeer. Sinds de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 fungeert dit meer als de belangrijkste strategische voorraad van zoet water voor ons land. Het water wordt onder andere gebruikt voor de drinkwatervoorziening, de landbouw en het op peil houden van het grondwater in omliggende provincies. De naam is ontleend aan de IJssel en die rivier wordt, zoals we weten, geheel gevoed door de Rijn.
De gevolgen van de record lage afvoer raken de scheepvaart al enkele maanden. De economische schade loopt in Europa waarschijnlijk al in de miljarden. Tel daarbij op de impact op de land- en tuinbouw, op de natuur en de maatregelen die moeten worden genomen om de zoetwatervoorziening te garanderen en verzilting tegen te gaan, en het is duidelijk dat rivieren als de Rijn en de Donau belangrijke levensaders voor ons continent.
Deze rivieren zijn geologisch gezien mengrivieren. Ze voeren regenwater en smeltwater af. Maar de afvoer van regenwater wordt steeds grilliger met steeds hogere pieken (met name gedurende de winter) en steeds diepere dalen (met name in de (na)zomer). De hoeveelheid smeltwater piekt normaliter na de winter, als de wintersneeuw smelt. Wanneer die sneeuw weg is (en dat gebeurt door de opwarming steeds vroeger), blijft er gedurende de zomer nog een deel smeltwater van de gletsjers over. Maar dat deel slinkt dus in een alarmerend tempo.
En dus krijgen deze zo belangrijke rivieren meer en meer het karakter van een regenrivier. De Maas is een mooi voorbeeld van zo een regenrivier. De afvoer daarvan kan in een droge zomer diep in het rood gaan. Exact dat is ons voorland met betrekking tot de Rijn, de IJssel en ons grootste zoetwaterreservoir, het IJsselmeer. Nog lagere waterstanden in de (na)zomer, als we juist meer water gebruiken!
En we staan niet alleen. Veel meer landen, in Europa en op andere continenten, wacht ok waterschaarste wanneer de levensaders van karakter veranderen: van mengrivier naar regenrivier.





