AI vreet niet alleen energie, maar ook water en land

AI vreet niet alleen energie, maar ook water en land

Kunstmatige intelligentie vraagt niet alleen om stroom. Ze vreet water, slokt land op en produceert bergen afval. De rekening wordt betaald door mensen die er nauwelijks iets van merken, een continent verderop. Een nieuw VN-rapport maakt die kosten voor het eerst zichtbaar.

Onderzoekers van The United Nations University Institute for Water, Environment and Health (UNU-INWEH) tonen aan dat de gebruikelijke focus op CO2 misleidend is. Elke kilowattuur die een datacentrum verbruikt, brengt drie soorten kosten mee: koolstof, water en land. Die lopen lang niet altijd in dezelfde richting. Overstappen van kolen naar biobrandstof kan de CO2-uitstoot met 70 procent verlagen, maar tegelijk de watervoetafdruk meer dan dertig keer vergroten. Ook waterkracht heeft een prijs: Brazilië’s net scoort goed op hashtag#CO2, maar heeft een water- en grondvoetafdruk die bijna drie keer zo groot is als het wereldgemiddelde. Wie duurzaamheid meet via één getal, schuift de overige lasten door naar kwetsbare regio’s.

‘Als we AI-duurzaamheid blijven beoordelen op basis van koolstof alleen, denken we misschien dat hernieuwbare energie de infrastructuur schoon maakt’, zegt Dr. Miriam Aczel, hoofdauteur. ‘Dat lost één probleem op terwijl het andere problemen creëert, vaak op plekken die daar niet om hebben gevraagd.’

Niet het trainen van modellen is de grootste kostenpost, maar het dagelijkse gebruik. Vragen beantwoorden is goed voor 80 tot 90 procent van het totale energieverbruik. hashtag#ChatGPT alleen al verwerkt naar schatting 2,5 miljard vragen per dag. Een korte AI-video kan evenveel stroom kosten als 200.000 spamfilters. Die keuzes worden onzichtbaar gemaakt door standaardinstellingen.

De gevolgen zijn al voelbaar. In Ierland waren datacentra in 2023 goed voor 21 procent van het nationale elektriciteitsverbruik, meer dan alle stedelijke huishoudens samen. In het Mexicaanse Querétaro leggen ze beslag op watervoorraden midden in een droogte. In Uruguay maakte een hashtag#datacentrum het kraanwater van de hoofdstad tijdelijk onveilig. Negentig procent van alle AI-rekenkracht zit ondertussen in twee landen: de Verenigde Staten en China. Meer dan 150 landen dragen de lasten maar hebben nauwelijks toegang tot de technologie.

‘De gemeenschappen die bij deze locaties wonen, zijn niet degenen die de AI gebruiken die er wordt gedraaid’, zegt Dr. Mir Matin, coauteur. ‘Zonder die asymmetrie op te lossen, herhalen we gewoon oudere patronen.’

Het rapport roept overheden op om AI-infrastructuur te integreren in energie- en waterplanning en voetafdrukrapportage verplicht te stellen. ‘We hebben een smal venster om de ruggengraat van de technologische revolutie van onze tijd binnen de planetaire grenzen te houden’, zegt Professor Kaveh Madani, directeur van UNU-INWEH.

Bron: https://unu.edu/inweh/collection/environmental-cost-of-AIs-Enrgy-Use-Carbon-water-and-land-footprints

Andere artikelen: